|
|
Historische topografie en de orde van de functionerende stad, 1932

1. Algemeen Uitbreidingsplan, kaart C, intercommunale verbindingen

2. Amsterdam, uitbreidingsplan Tuinstad Slotermeer, 1939
In de ogen van de beschouwer lijkt het alsof alle elementen van West precies op de goede plaats terecht zijn gekomen: vrijwel iedere lijn en ieder vlak in het ontwerp zijn op begrijpelijke wijze gerelateerd aan het stramien. Hierbij is welbewust rekening gehouden met de zichtlijnen over het water, zodat het noordelijk en zuidelijk deel van West ook visueel als een eenheid beleefd kunnen worden.
|
Deel II, Het Algemeen Uitbreidingsplan Amsterdam: geschiedenis en ontwerp
Inleiding
Stad en land
Polderland en 'Grossstadtgeist'
Natuurruimte en stadsontwikkeling in de regio Amsterdam
Problemen van het gewestelijk plan
De stedebouwkundige praktijk, 1923-1926
De organisatie van het stedebouwkundige werk I, 1926-1928
De 'urbanist'
De samenstelling van het Algemeen Uitbreidingsplan
Het begin: het ontwerp van Plan-West, 1929
De organisatie van het stedebouwkundige werk II, 1930-1931
Stedebouw in crisistijd: het 'noordelijk deel van Plan-West'
Historische topografie en de orde van de functionerende stad, 1932
Deel I, Bouwkunst, stijl, stedebouw - Van Eesteren en de avant-garde
Deel IV, Het landschap van de IJsselmeerpolders - Planning, inrichting en vormgeving
|
|