C. van Eesteren, architect-stedebouwkundige
Functionele architectuur en de praktijk van het bouwen




1. C. van Eesteren, ontwerp voor een kantoorgebouw met café-restaurant aan het Spui te Amsterdam, 1926, perspectief gevels Spuistraat en Spui




2. Jan Wils en F.L. Lourijsen, ontwerp voor een kantoorgebouw met café-restaurant aan het Spui te Amsterdam, 1926, perspectief gevels Spui en Nieuwezijds Voorburgwal

Terwijl Van Eesteren op een toekomstige stedebouwkundige situatie anticipeerde, trachtte Wils het ontwerp zoveel mogelijk in het bestaande stadsbeeld in te passen door de hoogte van het gebouw te reduceren en het volume met het oog op de belendende bebouwing te breken. Waar Van Eesteren de ruimtelijke mogelijkheden van de gewapend-betonconstructie ten volle uitbuit, verbergt Wils deze achter gesloten gevels met conventionele vensters in de vorm van staande rechthoeken. Er is, schreef de kunstcriticus W.Jos. de Gruyter naar aanleiding van de publicatie van Van Eesterens prijsvraagontwerp, 'herhaalde malen op gewezen, hoe het systeem van prijsvragen... het kwaad ener algemeene vervlakking van bouwkunstig streven in de hand werkt. Immers krijgen de ontwerpen, die een duidelijk uitgesproken karakter dragen, als regel de minste kans, daar juist deze ontwerpen noodzakelijkerwijs altijd &233;&233;n - zooniet meerdere - der juryleden kwetsen of ergeren door vijandige opvattingen.'


3. C. van Eesteren, prijsvraagontwerp voor een aula van de landbouwhogeschool te Wageningen, 1928, perspectief

Het laatste voorbeeld uit Van Eesterens praktijk als particuliere architect is plan 'Molensloot' in Den Haag. Door het aanstellen van een supervisor hoopte het gemeentebestuur de esthetische eenheid van de nieuwe wijk, de onderlinge samenhang van de bouwblokken en de architectonische welstand te bevorderen. Om de architectonische coördinatie van de particuliere initiatieven mogelijk te maken, werden door de gemeente voorwaarden gesteld, waarmee de bouwers zich schriftelijk akkoord moesten verklaren.


4. C. van Eesteren, woonwijk Molensloot, Den Haag, 1928, axonometrie van de scholen en de omringende woonbebouwing

Twee opgaven maakten de opdracht voor Van Eesteren zeer interessant: het ontwerp van twee scholen en een eventuele gedeeltelijke wijziging van het vastgestelde bebouwingsplan.


5. C. van Eesteren, woonwijk Molensloot, Den Haag, 1928, gemeenteschool

Met behulp van axonometrieën, perspectieven, opstanden en plattegronden schetste Van Eesteren een beeld van een wijk die architectonisch een eenheid en ruimtelijk een samenhangend en boeiend geheel vormt. Ondanks zijn internationale oriëntatie heeft zijn ontwerp een onmiskenbaar - zij het modern - Haags karakter.


6. C. van Eesteren, woonwijk Molensloot, 1928, Den Haag, 1928, axonometrie Eerensplein

Interessant is het te zien hoe Van Eesteren het probleem van de hoekwoningen heeft aangepakt. De oplossingen verschillen afhankelijk van kavelvorm en oriëntatie. Ongunstig gelegen percelen heeft hij onbebouwd gelaten, maar de aansluitende huizen zo vormgegeven dat er geen visuele gaten in het straatbeeld ontstaan. Waar mogelijk en wenselijk, vooral dus bij herenhuizen, is voor terrassen en dakterrassen gezorgd.


7. C. van Eesteren, woonwijk Molensloot, Den Haag, 1928, Eerensplein-Carel Reinierszkade





Deel I, Bouwkunst, stijl, stedebouw - Van Eesteren en de avant-garde

Inleiding
Architectonische ontwerpen
In de voetsporen van Berlage
De Prix de Rome-reis, 1922, ontmoetingen met avant-garde
De Prix de Rome-reis, vervolg - ontmoetingen met professionals
De Stijl in Parijs, 1923-1924
Architectonische ontwerpen, 1922-1924
De stad nader beschouwd
Prijsvraag voor Amsterdam en Berlijn
Functionele architectuur en de praktijk van het bouwen
'Continuite' - een verkeersplan voor Parijs, 1926
'stedebouwkundige elementen' verbeeld en toegelicht


Deel II, Het Algemeen Uitbreidingsplan Amsterdam: geschiedenis en ontwerp

Deel IV, Het landschap van de IJsselmeerpolders - Planning, inrichting en vormgeving